Deel 1: Onderzoek onder mensen met leerstoornissen (HvA)

simpel getekende mensen op papier staant in simpel getekende huizen van elkaar vandaan

Het team bestaat uit 5 onderzoekers werkzaam bij resp. HvA/Lectoraat Langdurige zorg en ondersteuning, UvA (vakgroep Sociologie) en Cordaan/Ben Sajet Centrum

Voor de werving van participanten voor interviews is er gebruik gemaakt van bestaande netwerken waarin een flyer en informatiebrief werd verspreid. Er hebben zich 20 mensen aangemeld voor deelname waarvan op dit moment zes telefonische gesprekken gevoerd zijn. Komende tijd zullen alle participanten hun eerste gesprek hebben. Er wordt nog bekeken of er meer respondenten, met name jongeren, voor deelname geworven kunnen worden.

De deelnemers aan de gesprekken zijn allen ouder dan 18 jaar (gemiddelde leeftijd waarschijnlijk tussen de 30 – 40 jaar); de man/vrouw verdeling is ongeveer 50/50 (van een respondent geslacht niet vastgelegd). De beperkingen waarmee de respondenten te kampen hebben zijn relatief licht (allen zijn immers tot telefonische interviews in staat), maar waar de één zelfstandig kan wonen is de ander opgenomen in een instelling of woonvoorziening met gemeenschappelijke ruimtes en activiteiten. De meeste respondenten namen voor de coronacrisis deel aan integratie-initiatieven als Buurttafel of Buurtcirkel en voor allen geldt dat zij in beeld zijn hulpverlenende of ondersteunende organisaties.

De ervaringen van de respondenten lopen, zo blijkt uit de gesprekken, nogal uiteen. Zo is één respondent ervan overtuigd dat achter de coronamaatregelen een complottheorie schuilgaat (het virus of wat daarvoor doorgaat wordt veroorzaakt door het 5G netwerk in het kader van een wereldomvattende poging de mensheid te gijzelen) en ervaart hij de maatregelen en de boodschappen die de overheid uitzendt als bedreigend. Een andere respondent geeft juist aan blij de zijn met de rust en duidelijkheid die van de overheidsmaatregelen uitgaat omdat er nu eenmaal een reëel dreiging is. Deze uiteenlopende ervaringen kunnen niet worden teruggevoerd op de ernst van de (verstandelijke) beperking, want beiden wonen zelfstandig, hebben (of zoeken) dagelijkse bezigheden in werk of dagbesteding en onderhouden zelfstandig sociale contacten. De structuur die deze bezigheden bieden is nu weggevallen en dat wordt door de betrokkenen gemist. Er is natuurlijk wel meer online ‘te beleven’ maar niet iedereen kan of wil zich daartoe zetten.

En waar de ene respondent de boodschappen en richtlijnen van de overheid wel als duidelijk en rustgevend ervaart vindt een andere ze juist verwarrend: wat mag nu wel, wat niet, waarom en in welke omstandigheden. Aan deze onduidelijkheid wordt bijgedragen, zo blijkt, doordat de instellingen/organisaties onderling ook afwijken in hun interpretatie van de regels. Waar medewerkers van de ene organisatie wel huisbezoek hebben stopgezet en/of in de gemeenschappelijke ruimtes geen activiteiten meer organiseren doen die van een andere organisatie dat nog of juist wel. Doordat de respondenten contacten hebben met mensen die met eenzelfde of vergelijkbare beperking te kampen hebben komen zij zo van elkaar te weten dat niet alle instellingen dezelfde richtlijnen hanteren. Daarbij is voor sommigen ook onduidelijk of de exit- maatregelen, zoals onlangs aangekondigd, ook voor hen resp. hun voorzieningen gelden of juist niet (bijv. omdat zij in een woonvoorziening gehuisvest zijn en niet volledig zelfstandig wonen).

Ook de nu nog onduidelijke vooruitzichten (is reizen met OV nu wel of niet veilig?; wanneer kan er wel weer in het vertrouwde (buurt)café dat biertje gedronken worden? Mag ik nu wel of niet met mijn huisdier naar de dierenarts?) dragen bij aan verwarring en daardoor ook spanning en soms zelfs angst. Deze angst wordt ook gevoed door de ervaringen dat de anderhalve meter niet consequent worden nageleefd door andere gebruikers van de openbare ruimtes, de onzekerheid of de versoepeling niet te snel komt etc. etc. Door het wegvallen de reguliere dagelijkse bezigheden (en mogelijk contacten met (werk)begeleiders, participatiecoaches etc.) en het gedwongen meer thuis en alleen blijven krijgt deze angst gelegenheid verder door te groeien. Een deel van de respondenten voelt zich daardoor ook eenzamer dan normaal en had, daarom, verwacht/gehoopt dat zij van hun begeleiders meer aandacht zouden krijgen dan andersom. Aan de andere kant blijkt dat juist door het meer thuis zijn van buurtbewoners met hen meer contact is ontstaan, wat ook wel weer prettig gevonden wordt.


Terug naar Mensen met leerstoornissen

Lees ook Deel 2: Onderzoek onder clientondersteunters (MEE)

Lees ook de tussenresultaten van deel 2: Onderzoek onder clientondersteuners (MEE)