Deelproject 2: werk en inkomen

De arbeidsmarkt en de pandemie

Godfried Engbersen

Door de coronacrisis staat het werk voor veel mensen onder druk. De crisis zal zorgen voor flink hogere werkloosheid. In een CPB-scenariostudie loopt de werkloosheid als percentage van de beroepsbevolking in het slechtste scenario op tot 9,4 procent in 2021. In dit werkpakket beantwoorden wij de volgende onderzoeksvragen: wat zijn de gevolgen van COVID-19 voor werk en inkomen van burgers, en in hoeverre zijn deze gevolgen ongelijk verdeeld naar sociale klasse, leeftijd, gender, etniciteit, gezondheid en type buurten? Welke handelingsstrategieën kunnen ontwikkeld worden voor en in samenwerking met professionals en beleidsmakers om personen zo snel mogelijk weer te laten participeren op de arbeidsmarkt? De analyses zijn gebaseerd op door ons verzamelde enquêtegegevens onder het vaste panel van onderzoeksbureau Kieskompas, aangevuld met extra respondenten in Rotterdam en Den Haag (N in Rotterdam = 1437; Den Haag = 1672; Nederland = 6601). De eerste analyses maken duidelijk dat COVID-19 een flinke impact heeft op de sociaaleconomische positie van de Rotterdamse, Haagse en landelijke bevolking (Engbersen et al, 2020; Rusinovic, Theisens, Engbersen et al. 2020). Zo laten de meest recente gegevens over de stad Den Haag zien dat bijna de helft van de respondenten aangeeft bang te zijn de baan te verliezen en/of geen (nieuwe) baan te kunnen vinden. Twee derde van de mensen met een eigen bedrijf geeft aan bang te zijn voor faillissement als gevolg van COVID-19. Deze angst is ongelijk verdeeld: degenen met de meest kwetsbare positie op de arbeidsmarkt  zijn het meest onzeker over het behoud van hun baan als gevolg van de huidige crisis. We zullen nadere analyse doen om specifieke groepen te onderscheiden die geraakt worden door COVID-19 waaronder jongeren, flexwerkers, personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, en bepaalde beroepsgroepen.

De eerste resultaten maken het belang van ‘actief arbeidsmarktbeleid’ groter nu de werkloosheid toeneemt. Nederland investeert daar nu weinig in, stelden de commissie Borstlap en de WRR (2020) vast in rapporten vooraf gaand aan COVID-19: we behoren in Europa tot de hekkensluiters. Dat zal moeten veranderen, want mensen aan het werk helpen zal na de coronacrisis nog harder nodig zijn. Wij zullen daartoe beleidsstrategieën ontwikkelen, met lokale beleidsmakers en professionals op het gebied van werk en inkomen. Daartoe zullen wij verschillende ‘doelgroepen’ in kaart brengen waarvoor een toegesneden instrumentarium nodig is, waaronder omscholing, leer-werk trajecten en basisbanen. Ook kijken we naar de kansen en beperkingen van digitaal actief arbeidsmarktbeleid.

De arbeidsmarktpositie van cruciale beroepen: trends over de afgelopen decennia

Herman van de Werfhorst

Tijdens de coronacrisis werd opeens duidelijk welke sectoren en beroepen cruciaal zijn om in tijden van rampspoed de samenleving draaiende te houden. Een groot beroep wordt gedaan op leraren, verpleegkundigen, artsen, supermarktpersoneel en andere vitale beroepen. Andere beroepsgroepen, met name werkzaam op kantoor, konden hun werk grotendeels thuis voortzetten. We stellen de vraag wat de arbeidsmarktpositie is van die beroepen die ‘cruciaal’ zijn in verhouding tot de beroepsgroepen die grotendeels thuis moesten werken, en hoe deze posities zich hebben ontwikkeld over de afgelopen decennia. Gegevens over loon en contract (vast of flexibel) kunnen in kaart brengen in welke mate ongelijkheden zijn ontstaan. Informatie over deze trends kan bijdragen aan het maatschappelijke debat over de waarde van cruciale beroepen. Dit wordt onderzocht met gekoppelde gegevens van de Enquête Beroepsbevolking en registerdata. We beschrijven trends in contractvorm en beloning voor cruciale beroepen versus overige beroepen, gecontroleerd voor belangrijke sociaal-demografische kenmerken zoals opleidingsniveau en werkervaring.