De maatschappelijke dynamiek van de COVID-19 pandemie: onderwijs, sociaal-economische positie en solidariteit

De COVID-19 pandemie heeft grote maatschappelijke gevolgen. Het meest in het oog springend zijn wellicht de gevolgen voor de gezondheid van veel mensen. Maar ook op het gebied van werkgelegenheid, armoede, sociale contacten en onderwijs zijn grote effecten te verwachten. Bovendien lijken de effecten van het virus niet gelijkelijk verdeeld over de samenleving, waardoor bestaande ongelijkheden in de samenleving mogelijkerwijs versterkt worden. Zelfs het virus zelf is niet voor iedereen even gevaarlijk. Raciale en etnische minderheidsgroeperingen hebben een grotere kans om COVID-19 te krijgen en eraan te overlijden dan de meerderheidsgroeperingen (Yancy 2020; ONS 2020). Het is een misvatting te denken dat het virus de grote gelijkmaker is; een gedachte die aan het begin van de pandemie nog wel bestond.

In dit onderzoek gaan we na wat de gevolgen zijn van het coronavirus op maatschappelijke ongelijkheden, op de terreinen van werk en inkomen, het onderwijs, sociaal-psychologisch welbevinden, en onderlinge solidariteit en vertrouwen. We onderzoeken maatschappelijke scheidslijnen, identificeren kwetsbare groepen, en formuleren beleidsstrategieën voor het versterken van veerkracht van personen, organisaties en de samenleving.

Zowel wetenschappelijk als maatschappelijk is het belangrijk om de bredere maatschappelijke consequenties van het coronavirus te onderzoeken. Een pandemie met deze enorme omvang is niet alleen een kwestie van volksgezondheid, maar zet de hele samenleving op zijn kop. Bestaande scheidslijnen in de samenleving worden mogelijkerwijs nog dieper getrokken, als vooral kwetsbare groepen geraakt worden. Tendensen die sowieso al in Nederland en elders aanwezig waren, zoals toenemende loonongelijkheid (Tomaskovic-Devey et al. 2020), toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt (Kremer et al. 2017), en toenemende sociaal-economische ongelijkheid in het onderwijs (Inspectie van het Onderwijs 2016), nemen vermoedelijk toe. Het in kaart brengen van (groter wordende) ongelijkheden en scheidslijnen op deze terreinen geeft de mogelijkheid om te handelen om specifieke groepen te adresseren.